We zullen het hebben over de verschillen tussen een viool en een altviool.
Ik zal op deze pagina twee notenbenamingen gebruiken (bv. C / Do).
Voor meer informatie zie de pagina eerst wat theorie.
Veel plezier,
Dennis Wijntjens
Violist, viooldocent privé
Het grootste en belangrijkste verschil met de viool is dat de altviool lager, voller, nasaler, mysterieus en donkerder klinkt. Dit komt grotendeels doordat de altviool een extra lage snaar heeft, nl. de C / Do-snaar, en de hoge E / Mi-snaar van de viool ontbreekt.
Je kunt de viool en altviool het beste vergelijken met de sopraan en alt in de zangstemmen.
Altviolen hebben meer een ondersteunende, begeleidende rol in een orkest, maar spelen ook wel eens de solostem. Het modern orkest heeft 30 violen tegen (slechts) 12 altviolen, maar qua volume komen de altviolen daar goed tegenop. Een altviool heeft een groter volume dan een viool, omdat hij een stuk groter is.
Een altviool heeft een grotere en dikkere klankkast en is daardoor een stuk zwaarder. De afstanden tussen de vingers zijn hierdoor iets groter. Ook de strijkstok is zwaarder en langer dan die van de viool.
Stemming, van laag naar hoog, links naar rechts:
Om de stemming te horen, zie de pagina het stemmen van een viool.
« Vorige | Naar boven | Volgende »
Vioolmuziek staat altijd in de G/Sol-sleutel (vioolsleutel) geschreven.
Voor de altviool gebruikt men grotendeels de C/Do (alt)sleutel en soms de G/Sol (viool)sleutel.
Dit is gedaan voor de leesbaarheid, gezien zijn lager bereik zouden er in de vioolsleutel teveel hulplijnen
onder de notenbalk gebruikt moeten worden.
Als een passage enige tijd boven het bereik van de altsleutel ligt, maakt men, weer voor de leesbaarheid,
gebruik van de vioolsleutel.
Voor muzikanten die gewend zijn aan de G/Sol/viool-sleutel is het lezen in de C/Do/alt-sleutel
even wennen.
« Vorige | Naar boven